Verspil bij publieke mobiliteit geen tijd aan semantiek
Bron: artikel trendboek mobiliteit door adviseurs Eline Swinkels en Bram Louwers
Willekeurig gebruik van uiteenlopende definities helpt de ontwikkeling van publieke mobiliteit niet vooruit. Dat stellen adviseurs Bram Louwers en Eline Swinkels van Accent adviseurs. Hun oproep: ‘Verspil geen tijd aan semantiek, maar zet in op implementatie. Want dat is hard nodig’.
![]()

Verwarring
Publieke mobiliteit is momenteel een veelgebruikt begrip. Het Rijk, provincies, regio’s en lokale overheden spreken er gretig over en starten tal van initiatieven. Tegelijkertijd leidt het begrip af van waar het werkelijk om gaat: mensen in beweging krijgen. Doordat termen meerdere betekenissen krijgen, ontstaat verwarring. Soms lijkt het alsof een compleet nieuw systeem moet worden uitgevonden, terwijl het in feite om oude wijn in nieuwe zakken gaat. De ambitie – een duurzaam, toegankelijk en samenhangend mobiliteitssysteem waarin ov, deelmobiliteit en flexvervoer elkaar versterken – bestaat immers al jaren.
Bouw verder op bestaand beleid
De toegenomen aandacht voor het begrip publieke mobiliteit waarderen Louwers en Swinkels overigens, daarover geen misverstand. Ze zien kansen in een nieuwe werkelijkheid waarin landelijke kaders en lokale initiatieven elkaar versterken. Dat is nodig: uitbreiding van ov loopt tegen grenzen aan en de auto vormt binnen de mobiliteitstransitie niet langer meer het vanzelfsprekende antwoord. Daarom moet mobiliteit vanaf het begin van gebiedsontwikkeling worden meegenomen, samen met financiering en ruimtegebruik. Publieke mobiliteit is dus zonder meer relevant.
Maar begin niet op nul. In heel Nederland bestaan al zoveel visies, beleidsplannen en projecten die precies deze ontwikkeling ondersteunen. Nieuwe definities die daar niet op aansluiten, kunnen trajecten vertragen of zelfs botsen met eerdere besluiten. Dat is zonde van tijd en energie.
Brede paraplu
In de Metropoolregio Eindhoven wordt bijvoorbeeld al jaren gewerkt aan initiatieven binnen de brede paraplu van publieke mobiliteit: deelmobiliteit, hubs, STOMP (stappen, trappen, ov, MaaS, privéauto)-toepassingen en meer. Ook kleinere gemeenten tonen toenemende interesse, al is de auto daar nog dominant.
Wie wil doorpakken, heeft politieke moed nodig. Om letterlijk en figuurlijk meer ruimte te maken voor fiets, voetganger of ov, om daarin te investeren en die alternatieven (nog) aantrekkelijker te maken. Dit alles zodat de reiziger gebruik kan maken van een betrouwbaar systeem voor zijn woon-werkverkeer, familiebezoek of weekendje weg.
Steden als motor van verandering
Juist daarom geloven de adviseurs in de kracht van lokale interventies. Ervaringen opdoen zien zij als essentieel om vooroordelen weg te nemen – niet alleen bij reizigers, maar ook bij werkgevers en onderwijsinstellingen. Steden spelen daarbij een voortrekkersrol: de basis voor een goed systeem is er vaak al, waardoor de eerste stappen makkelijk te nemen zijn. Vanuit daar ontstaat vervolgens een olievlekwerking naar omliggende landelijke gemeenten. Voor aanbieders biedt dat bovendien een aantrekkelijk groeipad.
Geen nieuwe hype, maar consistente uitvoering
Het goede nieuws: er is recent al veel in beweging gezet. Het Rijk werkt aan beleid en kaders, lokaal en regionaal ontstaan pilots en experimenten. De sleutel is voortbouwen op wat er al ligt, niet opnieuw het wiel uitvinden vanwege een nieuwe hype.
De mobiliteitstransitie kost tijd en transities lopen nooit in een rechte lijn – maar juist daarom is consistentie belangrijker dan telkens wisselende definities.